Ik kan niet zeilen. Toch ging ik naar Friesland om bij Terherne een zeilboot te huren. “Heeft u ook een handleiding” vroeg ik de verhuurder, die me verdwaasd aan keek en hoofdschuddend wegliep. “OK”, zei ik tegen mijn dochter, dan gaan we zo gewoon weg. Het was (nog) rustig weer. Met de peddel de haven uit en daar de motor starten. “Hoe moest dat ook alweer, de verhuurder had het uitgelegd”. Na veel gedobber en gerommel startte dat ding en pufden we langs beroepsvaart naar het meer. Een rustige plek zoekend hezen we de zeilen. De boot ging vanzelf bewegen. Prachtig.  Je moest wel uitkijken voor die lage stang waar dat grote zeil aan hing. Soms knalde die gewoon van links naar rechts (of omgekeerd natuurlijk). Maar we gingen heel hard. Toen ontdekte ik dat je ook schuin tegen de wind in kon gaan. En dat leek nog harder te gaan. Het water gutste langs de boorden en de boot ging schuin. Als je het zeil nog strakker aan trok kon het nog schuiner gaan! En zo schoten we we meer over. Aan de andere kant gekomen wist ik niet hoe je nu weer terug moest. Want als je probeerde te keren, dan ging de boot stil liggen. De wal (die laag bleek te zijn) kwam steeds dichter bij. Toch vaart maken en die bocht maar maken. Vlak voor de wal lukte het en het zeil strak aantrekkend trokken we een stevige streep door het water.

Besturen lijkt er wel op. Als raadslid of wethouder heb je geen handleiding gekregen. Ga je gang, volg je intuïtie en laat je scholen door je partij. Dan merk je wel welke stijl je op kunt en wilt pakken. Voor de wind varen is bijvoorbeeld heel rustig. Je gaat erg hard, want je hebt alle wind mee. Maar het is niet erg spannend. Het lijkt of er niks gebeurd. Veel leuker, dat vind ik, is de weerstand op zoeken. Schuin aan de wind, soms zo strak mogelijk zodat het water bijna binnen boord gutst. Het grote verschil is natuurlijk dat je, als je voor de wind gaat, met de wind mee gaat. Die ‘wind’ is je omgeving, niet de visie. Als je visie hebt, je weet waar je naartoe wilt, dan is tegenwind heel normaal. Want gevestigde belangen bepalen de windrichting, en vaak ook de kracht. Voor GroenLinksers is het dus duidelijk. We houden van risico, van scherp aan de wind zeilen, de blik op de windvaan en het strakke zeil en letten op de vlagen die ons kunnen doen omslaan. Om dan net op tijd het zeil wat te laten vieren. Zodat je schip weer wat opveert en de klap kan opvangen.

Een paar dagen later ging ik weer. Er zat onweer in de lucht. Windvlagen, van alle kanten. Ik kon niet echt zeilen, maar ik vond het prachtig om te spelen met wind en zeil. Zo is het ook in het bestuur. Dat maakt ook deze periode, van college-onderhandelingen tot een prachtige tijd!