Thijs de la Court

GroenLinks Wethouder in Lochem

De formatie is nog in volle gang. Het is nog maar helemaal de vraag of het CDA een gedoogsteun van de PVV zal overleven. Maar onderwijl bekennen de politieke leiders wel kleur. En daarmee zien we helder dat voor een duurzaam en sociaal Nederland de VVD en het CDA beroerde partners zijn. Dat is niet zomaar een politiek feit, maar heeft ook grote gevolgen voor onze toekomstige investeringen in duurzame energie, zorg en sociale cohesie van onze samenleving. De overheid wordt daarmee de minst betrouwbare partner als het om een duurzame toekomst gaat. Dit wetende, moeten we onze maatregelen nemen.

De overheid heeft de laatste jaren niet uitgeblonken in een consequent en betrouwbaar beleid als het om duurzame ontwikkeling gaat. Nog steeds financieren we grootschalig gebruik van energie met verschrikkelijk lage tarieven. Nog steeds hebben we geen feed-in tarief waarmee we inkomsten van grijze energie gebruiken om duurzame energie een betere positie te geven. Nog steeds werken we met armzalige subsidieregelingen die binnen de korste keren overschreven zijn en maken we daarmee van bijvoorbeeld aanvragen voor subsidies op zonne-energie een loterij. Nog steeds heffen we belasting op duurzame energie, ook als je de windmolen of het zonnepaneel voor eigen gebruik elders neerzet en alleen de schone electriciteit wilt transporteren.

Een doorbraak op het gebied van duurzame energie en klimaatbeleid krijgen we alleen als die overheid in haar rol een andere positie krijgt. Het rapport ‘Nederland krijgt nieuwe energie’ laat wel  zien wat mogelijk is als de landelijke overheid de volgende 6 maatregelen neemt:

-Invoering Feed-in tarief voor hernieuwbare energie
-Simpel en aantrekkelijk aan te sluiten op het net
-0-tarief voor investeringen in nieuwe energie
-Laagdrempelige financieringsmogelijkheden bieden
-Start van minstens 12 pilotprojecten energieneutrale wijken in 2012
-Verplichting om alle nieuwbouw energieleverend te maken

Dat zal een VVD/CDA kabinet met gedoogsteun van de PVV allemaal niet doen. Daarom is, nog sterker dan eerder, de zet aan provincies en gemeenten om, ondanks deze landelijke perikelen, de eigen verantwoordelijkheid te nemen.

In hetzelfde rapport staat op pagina 19 een heldere aanbeveling die gemeenten zich moeten aantrekken: “De energietransitie biedt (…) een uitgelezen kans, mits de overheid daarbij wel de juiste garanties biedt waarbij hernieuwbaar geproduceerde energie voorrang krijgt op het net boven niet hernieuwbare energie en de overheid minimaal de kostprijs van de hernieuwbare energie garandeert tot 20 jaar. Deze overheidsgaranties worden gedekt door heffingen op niet-hernieuwbare energie en inefficente objecten. Door deze overheidsgaranties kunnen subsidies op investeringen ook komen te vervallen, omdat er een solide model is voor het terugverdienen van de investering. Dit maakt cooperatieve financieringsmodellen mogelijk en aantrekkelijk, waarbij consumenten en bedrijven zelf mede-eigenaar kunnen worden van bijvoorbeeld windmolenparken”.

In Lochem zoeken we, in lijn met het bovenstaande, die weg op. Dan is het waarschijnlijk niet nodig de overheidsgarantie te financieren uit een heffing op niet hernieuwbare energie. We geven op het zakelijk plan mogelijk een cash-flow garantie zodat de investeerder met de laagste rente kan opereren. De cash-flow garantie is slechts de extra garantie die nodig is om het risico-deel van de geldstroom van een cooperatieve vereniging te garanderen. Die is klein, want de windmolen of de zonnepanelen produceren immers gewoon electriciteit die (met groencertificaat) verhandeld kan worden. Het zijn slechts administratieve risico’s van startende cooperatieve verenigingen die moeten worden afgedekt. Zo kan een gemeente, simpel in de risicoparagraaf van haar begroting, een enorme ontwikkeling tot stand brengen.

Dan is in ieder geval die overheidslaag betrouwbaar en gaan de investeringen in duurzame energie onverminderd (of zelfs versneld) door, ongeacht de labiele politieke verhoudingen in de 2de kamer.

Bezuinigingen, in politieke taal ‘ombuigingen’ genoemd, staan in alle gemeenten op de agenda. Ook in Lochem, waar het college nu haar collegeplan bijna af heeft en de raad een start maakt met een stevige toekomstvisie. De sfeer is volkomen omgeslagen in vergelijking met 4 jaar geleden. Waar we toen als wethouders nog extra investeringen deden is nu de uitdaging om, op een flexibel budget van zo’n 20 miljoen een 3 miljoen te bezuinigen. De inkomsten van het rijk, de bouwleges en exploitatie van nieuwe ontwikkelingen zoals bedrijventerreinen en nieuwe wijken zijn beduidend lager. Gaan we nog harder voor ‘ groei’, tegen de trend in? Want de economie gaat wel weer aantrekken en stilstand is achteruitgang. Of zoeken we een andere financiele basis? De control gerichte afdelingen financien staan voor de uitdaging om economisch te denken.

Kan de overheid ‘commercieel’ denken? In een vorige weblog noemde ik al een andere vorm van bomenbeheer. Niet meer ‘conserverend’ maar ondernemend. Volgende week start het gesprek in de gemeenteraad hierover. Maar als de raad het eens is… dan zal de cultuur van de organisatie nog ‘om’  moeten en samenwerking (publiek/privaat) met noodzakelijke partners volwaardig ontwikkeld moeten worden. Spannend zal het worden als we een monumentale beuk voor het gemeentehuis hebben staan die eigenlijk geen toekomst meer heeft, maar de schimmel zit er nog niet in. Kappen die boom, want nu is ze nog geld waard. En dan een stevige nieuwe terug zetten.

Een ander voorbeeld is ons gemeentehuis. Een stevige discussie in de gemeenteraad over het investeringsbedrag dat absoluut niet overschreden mag worden. Duidelijk een financiele discussie, beperkt door een sterke wens van de raad om te controleren. Maar stel: je kan met een miljoen meer een investering doen in duurzaamheid (bv. energiebesparing en duurzame energie) die zich in tien jaar terug verdient. Je schrijft die investering af over de technische afschrijvingsperiode. Voor zonnepanelen bv. 25 jaar, bij de schil van het gebouw bv. 40 jaar. Dan heb je een businesscase, zeker met een prijsstijging van fossiele energie van gemiddeld 5% de komende jaren. Je kijkt dan feitelijk niet alleen naar de investering, maar veel eerder naar de exploitatielasten! Waarom gaat dat zo lastig?

Een ander voorbeeld is Total Cost of Ownership. Waarom is het zo lastig om met duurzame verlichting aan de gang te gaan? Omdat de aanvankelijke investeringen zo hoog zijn? Nee, omdat we die investeringen niet afzetten tegen onderhoud en elektriciteitskosten op de lange termijn (zoals technische afschrijvingstermijn). Voor een kleinere gemeente is het verschrikkelijk lastig om investeringen en exploitatie in een budget te combineren. Die stap is wel wezenlijk, als we anders willen kijken naar lasten en baten.

Een laatste voorbeeld: Onze 13.000 huishoudens betalen zo’ n 1000 Euro/jaar aan elektriciteit. 13 miljoen Euro, een bedrag dat jaarlijks met zo’n 5% zal stijgen. Instellingen en bedrijven doen daar zeker nog een 10 miljoen Euro bij. Die 23 miljoen Euro/jaar gaat onze gemeente ‘uit’, naar energiebedrijven die hiervan hun (op zich legitime) business van maken. Maar waarom gaan we dat geld niet ‘binnen’ houden, bv. door megawatts aan duurzaam vermogen in zonne- en windenergie neer te zetten. Ja, voor de zon is (zeker bij grote schaal) het rendement al duidelijk, maar waarschijnlijk is die voor de wind nog beter. Dat is een stroom geld die voor een belangrijk in je gemeenschap geinvesteerd zal worden. Afhankelijk van de opzet (cooperatieve energievereniging?) bv. 50% van het rendement in een revolving fund voor lokale duurzame ontwikkeling. Er onstaat een andere economie!

Zo kan je door gaan. Europese samenwerking, investering in zorgnetwerken, een businescase voor een effectieve bibliotheek die informatie in de markt zet. Voor een dergelijke gemeentelijke economie zal een gemeentelijke organisatie anders moeten denken en zal een afdeling financien aangevuld moeten worden met een afdeling economische zaken. En die afdeling zal ‘economie’ in brede termen moeten definieren en innovatie centraal hebben in haar missie.

Alleen dan kunnen we werkelijk uit de oneigenlijke dilemma’ s over groei en krimp komen.

Bomen onderhouden kost geld. Een richtgetal is 8 Euro per boom. In Lochem hebben we, in het buitengebied, zo’n 40.000 a 50.000 gemeentelijke bomen. Langs de wegen. Mooie eiken van een eeuw oud, prachtige beukenlanen, mooie kromme en romantische robinia, soms een laan met lindes, heerlijk geurend in deze warme zomer. Het onderhoud kost dus zo’ n 360.000 tot 400.000 Euro. Niet dat we dat eraan besteden. Geen fractie van dat bedrag. De bomen worden dus niet onderhouden. Groeien gratis en voor niks… maar vallen ook om en krijgen dooie takken. Kan dat anders? Kunnen we de bomen echt gaan onderhouden? Terwijl we er even weinig voor betalen… netto dan? De gemeente als bosbouwondernemer?

Stel, je hebt een mix aan bomen waarvan je een aantal ruim 100 jaar laat worden, een aantal mogen 60 jaar worden en een kleine groep monumentale bomen krijgt ahw het eeuwige leven. Van de 40.000 bomen mag je 1,5 tot 2% per jaar kappen. Zo’n 700 bomen per jaar bijvoorbeeld. De houtprijs is niet erg stabiel. Maar voor een m3 goed eikenhout mag je tot wel zo’n 80 Euro rekenen? Een boom van 100 jaar oud levert makkelijk 10 m3 op, waarschijnlijk nog een stuk meer. Maar laten we aan de veilige kant blijven: 800 Euro voor een aardige eik, op stam verkocht. Nu hebben we ook beuken, robinia’ s en naast de inlandse eiken ook veel amerikaanse. 700 stevige bomen moeten makkelijk 400.000 Euro op kunnen brengen. Dat moet ook, want we moeten er ook nog het onderhoud van monumentale bomen voor verzorgen; prachtige dubbele beukenlanen die 200 jaar oud kunnen worden.  En we moeten herplanten, dus boomwortels uitvrezen en nieuwe bomen plaatsen.

Lokale waardevermeerdering is ook mogelijk. Rond Lochem hebben we ambachtelijke meubelmakers. Wat zouden die met onze prachtige beuken, eiken en robinia’ s kunnen doen? Streekmeubelen van streekhout. Het houtafval kan als biomassa voor energie dienen, misschien wel in pallets gemalen voor kleinschalige en zeer efficiente toepassingen. We zijn met zo’n project bezig voor het onderhoud van houtwallen en ander streekhout. Dat doen we samen met de agrarische natuurvereniging ‘t Onderholt. Die kan de uren uitstekend gebruiken voor de winterperiodes wanneer het agrarisch werk minder intensief is.

Deze opzet is heel anders dan de huidige. Want nu conserveren we de bomen, tot ze er bij neervallen. De economische waarde van die stervende bomen vol dode takken is dan negatief. Het kost ons geld om ze te kappen, uit te vrezen en te vervangen. Ecologisch zijn ze natuurlijk interessant. Ze zijn zo oud als mogelijk, bevatten dood hout, voer voor insecten en spechten.

Ik ben benieuwd. Zal de Lochemse overheid bosbouwer gaan worden, in nauwe samenwerking met agrariers, aannemers en meubelmakers? Om zo een gezond bomenbestand te behouden, gefinancierd uit de markt?

Zon, wind, co-vergisting zijn technieken die zich steeds meer bewijzen. In Lochem lijkt het makkelijk te kunnen; 4 MW zon en 30 MW wind. Maar wie is daarbij eigenlijk aan zet? Wie neemt het initiatief, gaat achter de business case aan, neemt contact met leveranciers, netwerkbeheerders, potentiële klanten en financiers op? Ja, in Lochem zien we steeds meer partijen die kant op gaan. Zoneco bijvoorbeeld, als cooperatieve zonne-energie vereniging in oprichting. Ook in Laren is er een initiatief en in Exel staan een aantal boeren werkelijk in de startblokken terwijl in Almen de tijd ook rijp lijkt te zijn. Ook elders in Nederland gonst het van de lokale initiatieven. In Lochem moet de discussie eigenlijk nog een keer goed worden opgepakt: met de gemeenteraad, met de bevolking, met de vele initiatiefnemers. Om met elkaar te besluiten over de route die duurzame energie het snelst bij ons brengt.

Ik kies daarbij voor de coöperatieve duurzame energievereniging. Die kan in elke kern en soms ook in een buurtschap worden opgericht. De initiatiefnemers krijgen ondersteuning door bijvoorbeeld grotere trajecten (zoals zonne-energie) in licentie op te kunnen pakken in samenwerking met Zoneco. Dat betekent dat gezamenlijk wordt bedacht hoe een dorpskern of buurtschap zo sterk mogelijk kan investeren in zonne-energie en (niet onbelangrijk!) de fondsen die daaruit komen ook lokaal weer kan her-investeren in duurzame ontwikkeling.

Financieel lek

Onze samenleving is, als je naar de economie kijkt, zo lek als een mandje. Lang geleden las ik een prachtig boek van Galeano, “De Open Aderen van Latijns America” (Las venas abiertas de America Latina). De kern van dat boek was dat de hele structuur van de samenleving door het kolonialisme gemaakt was om geld en natuurlijke hulpbronnen te exporteren. De gemeenschap werd ahw leeggezogen. Infrastructuur, financiële structuur, zakelijke structuur, structuur van de overheid… alles stond in het kader van het creëren van een fijnmazig web dat ervoor zorgde dat waarde uit de koloniën werd onttrokken. Onze samenleving is niet erg anders, hoewel de complexiteit gigantisch is toegenomen. Neem alleen maar de vele tientallen, misschien wel honderden miljoenen Euro’s, die Lochem jaarlijks verlaten in de vorm van betalingen en grondstoffen en ‘energie’. Natuurlijk is er ook een instroom van geld, maar die gaat naar een heel beperkte groep. Wij (burgers, bedrijven, maatschappelijke instellingen) betalen allemaal vooral mee aan die financiële stroom naar buiten toe. Op dit moment doen we dat vooral door het betalen voor ‘grijze’ energie; olie, gas, kolen, kernenergie… en  centrale biomassa (vooral afvalverbranding… hetgeen we vreemd genoeg vaak ‘groene energie’ noemen). Heel duidelijk is dit als je onze energierekeningen zou optellen. Maar je mag er even goed de energie-inhoud van allerlei producten die we consumeren bij optellen. Denk maar aan kunstmest, pesticiden, krachtvoer, ons eigen voedsel.

Dicht het financieel lek

Stel dat we een groot deel van dit financiële lek kunnen dichten door in Lochem (bijna) alle energie zelf te produceren, de hoeveelheid kunstmest, pesticiden en krachtvoer sterk af te laten nemen en ons voedsel veel dichterbij te produceren. Om het simpel te houden: laten we eerst onze energie zelf produceren, op een duurzame manier. Dat kan. Met grootschalig gebruik van zonne-energie en de bouw van tien windmolens komen we heel ver als het gaat om elektriciteit. Als we onze auto’s ook op die elektriciteit willen zetten zullen we nog wel een dubbelslag moeten maken, maar ook dat lijkt mogelijk. Met biomassa (streekhout en groen gas) kunnen we in bestaande bouw voor veel warmte zorgen. Als we ons groen en tuin afval, bermmaaisel en huishoudelijk afvalwater nu ook lokaal verwerken, dan maken we nog een grotere slag! Kortom: we gaan nieuwe duurzame energie oppakken en we gaan de ‘lekken’ dichten. De techniek is beschikbaar.

Lokale fondsenvorming

Dan sluiten we het wegstromen van financiën dus af. De Lochemse gemeenschap houdt tientallen miljoenen Euro’s per jaar vast. Stel, en die gedachte is helemaal niet zo gek, dat je die tientallen miljoenen via lokale coöperatieve verenigingen opspaart en via de verenigingen gaat herverdelen. Een deel gaat naar gemeentelijke voorzieningen die erop gericht zijn onze samenleving gezonder en sterker te maken. Een deel gaat naar praktische uitvoering van het dorpsplan, om de lokale gemeenschap ook zichtbaar te belonen voor haar investeringen in duurzaamheid. En een deel gaat naar een lokaal duurzaamheidsfonds. Om daarmee bv. te investeren in energiebesparing voor de Gorsselse zwembaden, een klimaatneutrale sportaccomodatie, een nieuwe houtwal voor streekhout.

Draagvlak

Dit is geen luchtfietserij. We gaan er concreet vorm aan geven. Het is zelfs – dat is mijn stellige overtuiging – een voorwaarde voor een gezonde en duurzame energievoorziening. We maken met onze gemeenschap de business case ‘duurzaamheid’ hard en zorgen dat het rendement lokaal terug wordt geïnvesteerd. Dat leidt tot meer duurzaamheid, meer werkgelegenheid en nog meer lokaal belang, dus draagvlak, voor duurzame energie.

Rol overheid

De overheid heeft, om deze ontwikkeling te stimuleren, wel een specifieke rol. We zullen moeten ondersteunen, de business case moeten uitwerken en ‘valideren’. We moeten zorgen dat er een betrouwbare vorm van fondsenvorming en beheer komt en dat dit geherinvesteerd wordt in de samenleving. We moeten zorgen dat de ruimtelijke en planologische processen snel verlopen en de noodzakelijke kennis snel beschikbaar komt. Kortom… we zullen het er druk mee hebben om al die initiatieven in goede banen te leiden zodat in de juiste volgorde, met de juiste technologie en de juiste invoering het rendement zich zal bewijzen. Zodra dat lukt, gaat de beweging zichzelf versterken en verandert de pioniersrol van de overheid naar een vrijwel volledig ondersteunende en begeleidende rol.

Rol gemeenschap

Overheid zoekt lokale ondernemer, is de titel van de contactadvertentie. Want dit initiatief is misschien in idealisme geboren, maar zal in het realisme rond de harde euro moeten worden uitgewerkt. De business case is dichtbij en zal door ondernemers vorm moeten krijgen. We zien in Lochem de coöperatieve zonne-energie vereniging Zoneco het punt naderen dat ze de belangrijkste ingrediënten rond krijgen.  Ook elders zien we de initiatieven geboren worden. Daarvoor zijn ondernemers noodzakelijk, betrouwbaar en geworteld in hun samenleving, met gevoel voor handel en investeringen. Bereid om, ook naar hun eigen dorp, hun nek uit te steken. Dan gaat het lukken… dan dichten we de financiële lekkage en bouwen we werkelijk aan iets duurzaams… met de zon.

De eikenprocessierups is er weer. Met z’ n miljarden lopen de eitjes nu uit, kruipen de miniscule rupsen naar het eiwitrijke en zachte jonge eikenblad en weten, als het een beetje warm weer is, met succes de eerste verpoppingsstadia te overleven. Half mei worden ze echt zichtbaar, krijgen ze de brandharen waar een ieder zo bevreesd voor is en eind mei zien we ze met vele miljoenen de eiken af lopen, zich verpopppend in grote ‘ nesten’ . Ook in Lochem, waar vorige jaar zowat elke eik besmet was zal dit nu weer gebeuren. Het is een lastig, voor sommige mensen ook gevaarlijk, insect. Bestrijding is haast onmogelijk. De oorzaak: klimaatverandering en monocultuurlandschap. Een plaag die we zelf over ons afroepen en alleen kunnen beantwoorden door positieve ingrepen in het landschap en aanpak van klimaatverandering. Niet de symptomen aanpakken, maar vanuit de oorzaak actie ondernemen.

In Lochem kruipen ze nu met miljoenen naar het voedselrijke jonge blad, vreten zich rond op de jonge knoppen. Je ziet het hier en daar vanaf een afstand… de jonge eiken lopen slecht uit. Hier en daar zijn de knoppen kapot. Daar eet o.a. de eikenprocessierups zich vol op weg naar de eerste vervelling. Voor een wethouder Openbare Werken en Milieu is het moeilijk aan te zien. Nog een paar weken en de telefoon gaat dagelijks met klachten over deze rups die voor de volksgezondheid echt een stevig risico is. Dan zullen we uitrukken om op zoveel mogelijk locaties in de bebouwde kom in te grijpen. Maar nu al weten we dat we achter de feiten aan zullen lopen. Als het voorjaar een beetje warm wordt, dan zullen we weer met tien- tot honderduizenden nesten te maken hebben. In het buitengebied, met zo’ n 30.000 eiken langs de lanen is er dan geen houden meer aan. Het enige wat we kunnen doen is bewoner en recreant waarschuwen: blijf uit de buurt! En weer zullen mensen proberen zelf de rups te bestrijden. En weer zullen een aantal mensen met gezondheidsklachten geconfronteerd worden, soms ernstig.

Kan de gemeente dan niks meer doen? Nee, eigenlijk niet. We zien in de omgeving gemeenten spuiten met bacterien. Die bacterien komen op de bladeren en worden opgegeten door rupsen van vlinders en eenmaal in de darm worden ze actief en sterven de rupsen. Alle rupsen overigens, ook van andere vlinders. Stel je voor dat we alle besmette bomen in Lochem zo gaan behandelen! Een enorme klap voor de vlinderpopulaties, een ramp voor de biodiversiteit in onze gemeente. Dat kan dus niet. Je ziet in sommige gemeenten ook ‘vallen’  hangen. Daar zitten geurstoffen in die vlinders trekken. Je kan ze pas gebruiken als de vlinders uit hun poppen komen, dus ergens in juni/juli. Van de vele miljoenen vlinders zullen er enkele duizenden gevangen worden. Dat tikt niet aan. Een dure en inefficiente aanpak.

Nee, eigenlijk is het enige wat we kunnen doen wachten op de opkomst van natuurlijke vijanden. De sluipwesp, sluipvlieg en bv. de larve van de gaasvlieg. Maar die natuurlijke vijanden moeten wel ergens vandaan komen. En daar zit ‘ m de kneep. We hebben ons landschap zodanig verarmd dat de eikenprocessierups, in de monocultuur van eikenlanen de alleenheerschappij heeft. Heel simpel: de bermen worden jaarlijks ‘ geklepeld’ (kapotgemaaid) waardoor de bloemen zijn verdwenen. De akkers worden gepotgespoten en zo intensief gebruikt dat ook daar nauwelijks meer bloemen en ‘ waardplanten’  zijn van natuurlijke vijanden. Ons landschap ziet er misschien wel mooi en groen uit, maar de biodiversiteit is structureel ondergraven en dit heeft tot resultaat dat, met klimaatverandering, de eikenprocessierups zonder enige weerstand naar het noorden kan migreren en zich massaal kan reproduceren. Eigen schuld dus.

Kan het anders? Ja… we kunnen de bermen ecologisch gaan beheren en ook stimuleren dat in het agrarisch beheer meer biodiversiteit komt. Akkerranden beschermen, niet meer spuiten in de graslanden en vooral voorkomen dat we van ons landschap een monocultuur maken. Houtwallen beschermen en verder ontwikkelen. En misschien naar de toekomst toe ook de eik als laanboom meer afwisselen voor andere soorten, zoals Acacia en de Linde, ook goed bestand tegen opwarming van onze regio. Daar zijn we nog niet echt aan toe. Dat zie je in onze omgeving waar nog lustig wordt gespoten. Toch zal het er wel van gaan komen. Die eikenprocessierups zal ons helpen onze natuurlijke omgeving beter te verzorgen en biodiversiteit hoog in het vaandel te voeren. Nooit gedacht dat zo’ n rupsje het ecologisch beheer van ons landschap zou af kunnen dwingen. Toch gaat dit gebeuren!

Lochem heeft enorme ambities als het gaat om zonne-energie. We willen de komende jaren (bijna) alle huishoudens en bedrijven van deze duurzame bron voorzien. 13.000 huishoudens x 75 panelen (want zoveel heb je per huishouden nodig) is een enorme opgave. Toch gaan we het doen, door de panelen niet overal op de huizen te leggen maar op platte daken die veilig en langdurig beschikbaar blijven. Door dit organisatorisch en financieel slim te organiseren kunnen we ervoor zorgen dat de energie voor dezelfde prijs beschikbaar komt als die van grijze electriciteit. Het is zelfs mogelijk om nu al een stuk goedkoper zonne-energie aan te bieden. Hoe kan dat? Eenvoudig eigenlijk, door een uitstekende publieke/private samenwerking waarbij een lokaal energiebedrijf, in de vorm van een cooperatieve energievereniging de ruggegraat vormt.

Stel, je kan zonne-energie krijgen die goedkoper is dan energie van kolen- of kerncentrales. Dan zou iedereen toch voor de zon kiezen? Dat zou dan toch leiden tot een enorme groei van zonne-energie  en direct ook moeten leiden tot een aanval op de bouw van nieuwe kolen- en kerncentrales? Zouden wij, vanuit Lochem, ervoor kunnen zorgen dat de kolencentrales op de maasvlakte niet door gaan? Zouden we die plannen voor nieuwe kernenergie in de kiem kunnen smoren? Ja, dat kunnen we. Dat gaan we ook doen!

Om dat voor elkaar te krijgen heb je een aantal elementen nodig.

Ten eerste moeten we ervoor zorgen dat zonnepanelen heel goedkoop en efficient gelegd kunnen worden. Een paar zonnepanelen op een individueel dak van een burger zijn uitstekend, maar tikken niet aan als we de zon willen laten doorbreken. We moeten zorgen dat we honderdduizenden panelen kunnen leggen, heel goedkoop. Dus het schaalvoordeel vinden. Door bv. de panelen op grote en liefst platte daken te leggen. Dan kunnen we, bijvoorbeeld op een grote sporthal of op een groot bedrijvencomplex, al snel tienduizenden panelen leggen, of zonne-folie voor een veel lagere prijs.

Ten tweede door de consument een heel helder pakket aan te bieden waarbij organisatie- en administratiekosten laag worden. Een heldere lease-constructie of huur/koop constructie waardoor de consument niet het kapitaal hoeft te leveren via ingwikkelde groene hypotheken. Je meldt je gewoon aan bij de cooperatieve energievereniging, vinkt op het aanmeldformulier het product aan dat je wilt hebben en automatisch krijg je de energieleverancier die aan de vereniging gebonden is, krijg je 75 panelen toegewezen, met broncertificaat en individuele bemetering en de opbrengst van die panelen wordt automatisch van je energie-rekening afgeschreven, alsof ze ‘voor de meter’ staan (salderen). Je betaalt jaarlijks een kleine bijdrage voor de vereniging, wordt uitgenodigd voor jaarvergaderingen, krijgt tips en productaanbiedingen voor energiebesparing en nadat je paneel is afgeschreven ‘valt’ het paneel aan je toe. Vanaf dat moment zijn de panelen van jou en betaal je alleen voor onderhoud. De energie is gratis! Geen rompslomp en je betaalt evenveel of minder in vergelijking tot grijze energie. Kortom… ontzorgen en eenvoudig maken van een duurzaam product.

Aan de ‘achterkant’ wordt een en ander door de cooperatieve vereniging, de gemeente, de leverancier van zonnepanelen, de bank(en), notaris en anderen heel goed geregeld. Banken leveren kapitaal, de gemeente levert garanties en de eerste platte daken en wordt zelf ‘launching’ customer van dit product. De leverancier van zonnepanelen (Pfixx, in ons geval) zorgt voor afzekeren van goede dakconstructies, het leggen van de panelen en het onderhoud, overigens in nauwe samenwerking met lokale bedrijven en op basis van sociaal aanbesteden zodat ook werkelozen aan banen kunnen komen. Via het systeem dat Pfixx legt worden panelen individueel bemeterd en van broncertificaat voorzien. De cooperatieve vereniging (in ons geval Zoneco) zorgt voor de communicatie, een degelijk beleid en het verder uitrollen van de producten. Veelal samen met gemeente, burgers en bedrijfsleven. Een groot aantal bedrijven investeren direct mee en leggen ‘hun’ panelen ook in dit kader, waarmee het kapitaal van de cooperatieve vereniging enorm wordt vergroot. Gezamenlijk zoeken we naar ruimte. Zo gaan we ook een oude afvalstort op de zuidwand vol leggen met zonne-folie, worden boerenschuren in het kader van zon-voor-asbest volgelegd in samenwerking met LTO. Via de Bank Nederlandse Gemeenten en een commerciele bank zorgen we voor goede kapitaalsvoorziening en garanties, alles Fido proof.

Ach, er is nog veel meer over te zeggen. In Lochem leggen we nu de puzzel en zorgen we dat alles juridisch en financieel afgedicht wordt. Cruciaal hierin is de rol van Zoneco. De initiatiefnemer, Frans Wieringa, loopt helemaal over van de ideeen. Nu moeten ze naar de praktijk vertaald worden. Na de zomer is dit rond. Dan laten we een ‘externe’ er nog eens heel goed naar kijken en als we definitief zeker zijn (het moet echt goed kloppen), dan gaan we in het najaar helemaal ‘los’. Dan hebben de kolen- en kernenergiecentrales het nakijken. Zeker omdat we dit model als ‘open source’ breed uit venten en deze initiatieven door heel Nederland vorm zullen krijgen. De fabrikanten van de panelen maken hun borst al nat!

Het SER rapport “Overheid en markt: het resultaat telt” beschrijft een thematiek die wezenlijk is. Waar faalt de markt? Waar faalt de overheid? Hoe kunnen we een constructieve verbinding leggen waarbij we de bescherming van de overheid tegen dat falen van de markt afzekeren? Maar ook omgekeerd… hoe kan de markt tegen het falen van de overheid worden beschermd? Het is de tijd van genuanceerde visies, over de regierol van de overheid, de innovatieve rol van het bedrijfsleven, de sociale rol van het maatschappelijk middenveld.

In een tijd dat de bezuinigingen zich aan ons opdringen is het goed te kijken naar rollen en taken van overheid, markt en maatschappelijk middenveld. Ook voor een GroenLinkse wethouder een wezenlijk thema. Want zonder een visie  op kerntaken van de overheid loopt de samenleving het risico dat we koud gaan saneren naar een samenleving waar grondrechten met voeten worden getreden. Tegelijk is de tijd al lang voorbij dat we de overheid als ‘alles zalig makend’ naar voren schuiven en de markt als eenzijdige geldwolf wegzetten. GroenLinks profileert zich als links/liberaal. Wat betekent dat eigenlijk als je naar concrete beleidsvelden als armoede, zorg, werkgelegenheid en milieu kijkt?

Zorg als markt?

De zorg wordt, o.a. door vergrijzing en technologische vooruitgang, vrijwel onbetaalbaar. Daar is iedereen het over eens. Via de Wet Maatschappelijke Ondersteuning is een begin gemaakt van een antwoord. Marktwerking lijkt daarin te domineren. Of dat nu leidt tot de gezochte verbetering en prijswerking is maar de vraag. Vooralsnog is enorm veel energie gegaan in juridische procedures en is veel geld weggelekt in oncontroleerbare fusies en mismanagement van zorgconsortia. Gemeenten hebben nauwelijks meer regie gekregen over de werkelijk te leveren zorg en daaraan gekoppelde prijsvorming. Nu in mijn regio de grote aanbestedingen voorbij zijn is het tijd om de wonden te likken en met zorginstellingen en buurgemeenten te zoeken naar verbeterde zorgarrangementen, ketensamenwerking en synergie in plaats van concurrentie. Nee, de overheid moet de markt niet meer terug zien te pakken. Maar de overheid kan wel met marktpartijen zoeken naar een structuur waar kwaliteit voorop staat. Die kwaliteit is niet gebaat bij bodemprijzen en discontinuïteit. Dat betekent dat de komende jaren de  overheid en zorgorganisaties ‘partners’ moeten worden en weg moeten groeien van de gejuridificeerde aanbestedingsposities die ze nu hebben ingenomen.

Versterking maatschappelijk middenveld

In al dat aanbestedingsgeweld zou je bijna vergeten dat de Wmo een ‘participatiewet’ is. In Lochem koppelen we daar ook het Armoedebeleid aan. Want ‘armoede’ is, zo stelde de Lochemse gemeenteraad vast, vooral een kwestie van kunnen ‘meedoen’. Erkend en gerespecteerd worden in deze samenleving, daar gaat het om. Onderzoek toont aan dat op dat moment de financiële problemen ook veel beter op te vangen zijn.  Lochem werkt in dat kader, net als de gemeente Deventer, aan het versterken van het maatschappelijk middenveld. Het armoedebeleid krijgt vorm in een campagne gericht op ‘meedoen’. Ook dit is wezenlijk in een tijd van bezuinigingen. Want een grote overheid die domineert in het sociaal en economisch vangnet, maakt de samenleving ook kwetsbaar. De golven in de macro-economie treffen immers de overheidsmiddelen en zouden kunnen leiden tot een verlaging van uitgaven voor inkomensondersteuning, dus meer armoede. In de samenleving is echter geen tekort aan geld, ook niet als armoede een groot probleem is.  Armoede is toch vooral een verdelingsvraagstuk en, zoals gezegd, een vraagstuk gericht op participatie. Ik ben steeds verbaasd over het ontbreken van goede netwerken tussen diaconieën, charitatieve organisaties, vrijwilligersorganisaties, bedrijfsleven en overheid. Uit Lochem verdween een sportwinkel omdat elders discounters actief waren. Stel dat deze sportwinkel lage inkomens korting had gegeven voor sportartikelen en we hadden deze korting breed in de samenleving uitgezet. Dan had de toeloop naar deze winkel het verlies ruim gecompenseerd. Gezinnen met lage inkomens en een ondernemer waren geholpen. We doen dat niet omdat we de verbinding niet leggen. Daarmee verliezen we kostbare mogelijkheden om armoedebeleid echt om te vormen naar participatiebeleid. We missen de mogelijkheden om de afhankelijkheid van groepen met een laag inkomen van de overheid te verkleinen. Dat vergroot onze kwetsbaarheid t.a.v. bezuinigingen.

Milieubeleid in publieke en private handen

In sommige gemeenten kopen lokale overheden zonnepanelen om ze op hun daken te zetten. Ik hoor dat hier miljoenen Euro’s voor vrij worden gemaakt. Ja, dat kan heel zinvol zijn. We kopen ook led-lampen om daarmee onze openbare verlichting te verduurzamen. Maar is dat wel de handige route? Moeten we die lampen en die panelen niet leasen, met als ‘dienst’ het produceren van licht en elektriciteit op de meest duurzame en efficiënte manier? Ach, hoe je met je kapitaal om gaat hangt natuurlijk af van de omstandigheden. Soms is direct investeren efficiënter. Maar in het geval van de zonnepanelen weet ik vrijwel zeker dat de samenleving een dure ‘deal’ sluit en het beter was dit geld in te zetten als risico-dekking voor een collectieve zonne-energie vereniging. Een veelvoudig rendement zou het resultaat zijn. Daarmee zouden we, serieus, ook de markt voor zonne-energie zover kunnen openbreken dat het commercieel haalbaar is om grootschalig uit te rollen. Geen afhankelijkheid van subsidies meer, maar gewoon een commercieel product dat zichzelf terug verdient! Het is een stevige conclusie, maar ik durf te stellen dat het huidige investeringsbeleid van lokale overheden in zonne-energie leidt tot een vertraagde marktintroductie. Hier zal de overheid haar rol echt moeten herzien!

Innovatie door gemeenten en/of overheid?

Kan de overheid zelf een bijdrage leveren aan echte innovatie die nodig is voor een duurzame samenleving. Nee, als overheid is ze daar niet of onvoldoende voor geëquipeerd. Wel in samenwerking met onderzoeksinstellingen en bedrijfsleven. Ook een lokale overheid kan en moet dat doen. Dat betekent wel dat je nieuwe arrangementen moet vormgeven. We doen dat in Lochem op het gebied van Cradle to Cradle, waar we met een klein consortium echt baanbrekend werk verrichten gericht op het energielandschap van de toekomst. Samen met bedrijven fondsenwerven en gemeenschappelijk creativiteit losmaken zonder continu te kijken naar concurrentiebeding of andere regelgeving.  het is mogelijk en het is voorwaarde voor echte innovatie.

Regisserende overheid kleiner?

De overheid heeft een belangrijke rol te spelen. Door te regisseren en daarmee samenwerking en synergie vorm te geven, richting te bepalen en het falen van de markt te ondervangen. Het is een illusie dat deze regisserende overheid veel kleiner zal zijn dan de huidige. Je zult immers veel energie moeten stoppen in onderzoek, netwerken, organiseren van samenwerking. De winst zal gericht zijn op het verbeteren van de effectiviteit van het overheidshandelen, samen met het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven. Daardoor zullen de gezamenlijke investeringen ook effectief leiden tot verbeteringen in de samenleving en kan de overheid werkelijk richting bepalen waar de markt confuus blijft. Voor degene die denkt dat in het nieuwe tijdperk gesneden kan worden in de overheidsorganisatie lijkt dit misschien slecht nieuws. Dat is het niet. De overheid van de toekomst is een sterke faciliterende en regisserende organisatie die op basis van inhoud en uitstekende dienstverlening partijen bij elkaar brengt die synergie kunnen vinden en daarmee de samenleving de kracht bieden om werkelijk duurzaam en solidair te zijn. De overheid is geen monopolist meer en zal haar diensten altijd in een publiek/private mix vorm gaan geven.

In gemeenteland is risicomijdend gedrag zo algemeen dat het tot cultuuridentiteit verheven kan worden. Elk voorstel wordt gewikt en gewogen in een parafencultuur waarbij het zelden voor komt dat iemand zegt: “Laten we het eens proberen… nee heb je… ja kan je krijgen!” Nu de bezuinigingen in vol ornaat op ons af komen is de klank van zorgvuldige afwegingen nog luider en lijkt de overheid af te stevenen op een theater van aarzelen en inhouden. Dat kan funest zijn, want angst is een slechte raadgever.

Een hert dat schrikt, blijft eerst stilstaan. Heel logisch, dat doe je zelf ook als je enorm verrast wordt. De reflex is niet zo gek. Bewegend ben je zichtbaar, raak je het overzicht snel kwijt. Hormonen voor angst verlammen letterlijk, zo is ons lichaam vanuit de evolutie georganiseerd. De hormonen in grote organisaties werken ook zo. Want als je geen risico neemt, dan kan je ook niet beschuldigd worden van een fout. En fouten worden vaak gezien als falen. Je maakt jezelf er heel kwetsbaar mee. Dat wil je vermijden! Stel, er komt een spannend voorstel op je bureau. Wij doen dat met grootschalige uitrol van zonnepanelen in Lochem. Dan kan je niet echt overzien wat de gevolgen zijn. Je vraagt je af wat mis kan gaan en plaats vanuit dat perspectief een kanttekening. Het stuk gaat naar de volgende paraaf. Het voorstel is nu spannend, met een zorgwekkende kanttekening. Wel interessant, je bent niet tegen, maar je plaatst toch een kanttekening… weer zorgwekkend. En zo gaat het door de organisatie. Acht kanttekeningen later is het voorstel nauwelijks meer interessant. Het risico lijkt te groot. Het stuk komt het bestuur in en wenkbrauwen fronsen zich. “Moeten we dat wel doen? We kunnen de gevolgen niet overzien. Het is wel innovatief, maar wat als het fout loopt?”

Ik maak het regelmatig mee. Deze keer stelde ik de vraag: “Wat is het risico van risicoloos besturen?” Stel dat bij elke paraaf de betrokken ambtenaar zou nadenken over het risico om het innovatieve voorstel niet aan te nemen en daarover een kanttekening te maken. Ik gaf al aan, ik ben bezig met een aantal partijen heel grootschalig zonne-energie uit te rollen in Lochem en daarbuiten. Stel dat je zou zeggen dat we als overheid ons niet of heel voorzichtig in die publiek/private samenwerking zouden moeten bewegen? Dan zouden we de introductie van zonnepanelen sterk afremmen, dan zouden we de kans missen om over 5 tot 10 jaar gratis zonne-energie te krijgen, dan zouden we ons doel ‘Klimaatneutraal Lochem 2030′ niet halen, dan zouden we onze installatiebureau’s het brood uit de mond stoten, dan zouden onze burgers lang moeten wachten op voordelige lease-contracten met een collectieve zonne-energievereniging. In geen van de kanttekeningen zag ik die ‘risico’s’ benoemd. Wonderlijk eigenlijk, want het niet nemen van sommige risico’s is veel riskanter dan velen zich voorstellen. De wereld verandert niet door af te wachten wat er komt. Dat hormoon dat ons stilzet bij elk gevaar geeft vaak de verkeerde signalen!

In Lochem komen we er wel uit. Daar vertrouw ik op. Maar de les die ik leer is dat het werken aan een duurzame wereld veel meer is dan het uitdenken van goed functionerende en ideale concepten. Het raakt de cultuur van onze organisatie en samenleving in de diepte. De durf om te veranderen, concepten ter discussie te stellen en het risico te nemen op een blauwe plek of een lichte blamage hoort daarbij.

Misschien moeten we beginnen met goede fouten te belonen. Want leren (en dat willen we) begint met vallen en opstaan. Als je niet durft te vallen… leer je zeker niet opstaan.

Ik kan niet zeilen. Toch ging ik naar Friesland om bij Terherne een zeilboot te huren. “Heeft u ook een handleiding” vroeg ik de verhuurder, die me verdwaasd aan keek en hoofdschuddend wegliep. “OK”, zei ik tegen mijn dochter, dan gaan we zo gewoon weg. Het was (nog) rustig weer. Met de peddel de haven uit en daar de motor starten. “Hoe moest dat ook alweer, de verhuurder had het uitgelegd”. Na veel gedobber en gerommel startte dat ding en pufden we langs beroepsvaart naar het meer. Een rustige plek zoekend hezen we de zeilen. De boot ging vanzelf bewegen. Prachtig.  Je moest wel uitkijken voor die lage stang waar dat grote zeil aan hing. Soms knalde die gewoon van links naar rechts (of omgekeerd natuurlijk). Maar we gingen heel hard. Toen ontdekte ik dat je ook schuin tegen de wind in kon gaan. En dat leek nog harder te gaan. Het water gutste langs de boorden en de boot ging schuin. Als je het zeil nog strakker aan trok kon het nog schuiner gaan! En zo schoten we we meer over. Aan de andere kant gekomen wist ik niet hoe je nu weer terug moest. Want als je probeerde te keren, dan ging de boot stil liggen. De wal (die laag bleek te zijn) kwam steeds dichter bij. Toch vaart maken en die bocht maar maken. Vlak voor de wal lukte het en het zeil strak aantrekkend trokken we een stevige streep door het water.

Besturen lijkt er wel op. Als raadslid of wethouder heb je geen handleiding gekregen. Ga je gang, volg je intuïtie en laat je scholen door je partij. Dan merk je wel welke stijl je op kunt en wilt pakken. Voor de wind varen is bijvoorbeeld heel rustig. Je gaat erg hard, want je hebt alle wind mee. Maar het is niet erg spannend. Het lijkt of er niks gebeurd. Veel leuker, dat vind ik, is de weerstand op zoeken. Schuin aan de wind, soms zo strak mogelijk zodat het water bijna binnen boord gutst. Het grote verschil is natuurlijk dat je, als je voor de wind gaat, met de wind mee gaat. Die ‘wind’ is je omgeving, niet de visie. Als je visie hebt, je weet waar je naartoe wilt, dan is tegenwind heel normaal. Want gevestigde belangen bepalen de windrichting, en vaak ook de kracht. Voor GroenLinksers is het dus duidelijk. We houden van risico, van scherp aan de wind zeilen, de blik op de windvaan en het strakke zeil en letten op de vlagen die ons kunnen doen omslaan. Om dan net op tijd het zeil wat te laten vieren. Zodat je schip weer wat opveert en de klap kan opvangen.

Een paar dagen later ging ik weer. Er zat onweer in de lucht. Windvlagen, van alle kanten. Ik kon niet echt zeilen, maar ik vond het prachtig om te spelen met wind en zeil. Zo is het ook in het bestuur. Dat maakt ook deze periode, van college-onderhandelingen tot een prachtige tijd!

Sommige partijen zijn helemaal van slag af vanwege donkere wolken die zich aan de financiële horizon vormen.  D66 Lochem wil het gemeentehuis bij de bezuinigingen betrekken.  Het CDA wil het over de kerntaken van de gemeente hebben. De VVD wil het geld veilig op de bank een laatste rustplaats geven! Anderen geven aan dat in ieder geval op gezondheid en cultuur niet bezuinigd mag worden, alsof de overige posten voor het pakken liggen. Het is een wonderlijke discussie, want het speelt zich af in een wereld van defensief opereren, terug naar beheersen, weg van investeren. De angst regeert, de gevolgen kunnen ernstig zijn als deze eenzijdige bezuinigingsdrang doorzet.

Is er dan niets aan de hand? Zijn die financiële donderwolken slechts luchtspiegelingen? Niets is minder waar. De financiële crisis is werkelijk aanwezig. Het rijk zoekt naar 35 miljard bezuiniging, structureel. De bouw ligt stil, de economie sleept zich langzaam omhoog, zonder groots effect op de werkgelegenheid. Maar is dat een rede om ons, na jaren van groei en welvaart, nu mak naar de slachtbank te laten voeren om te gaan kaasschaven aan onze programma’s, om via kerntakendiscussies de rol van de overheid te verkleinen zonder daarvoor iets in de plaats te zetten? Gaan we uit angst voor wat komen gaat ons geld maar op de bank zetten, zoals een zichzelf liberaal noemende partij durft te suggereren? Nee, blijkbaar is angst een slechte raadgever en wordt het tijd om echt na te denken over financien en economie. Dat zeg ik niet uit arrogantie, omdat ik het beter weet. Dat zeg ik omdat we als overheid de verantwoordelijkheid hebben om een zorgende, stabiele en vredelievende samenleving mede vorm te geven en alles uit de kast moet halen om afbraak te voorkomen. Dat kan en dat moet in deze wereld waar crisis bijna tot structuur ervan verheven is.

Het Groene Banenplan

Dat je kan ombuigen blijkt wel uit het Groene Banenplan dat GroenLinks Lochem lanceerde.  Honderden banen door het versterken van onze duurzame samenleving. Milieu-investeringen, in de vorm van zonne-energie en isolatie, zorg in een vergrijzende samenleving, natuurbeheer voor het behoud van een historisch en recreatief belangrijk landschap vormen de ene pijler. Sociaal aanbesteden, door bv. 5% van de loonsom van aanbestedingen in te zetten voor werkzoekenden, de andere. Vanuit die honderden banen komen er zeker 120 beschikbaar voor ons bestand werkelozen. Met behulp van een participatiebedrijf begeleiden we deze mensen naar werk. Dat bespaart de gemeente structureel 1,6 miljoen Euro per jaar! Banen, sociale cohesie, versterkt milieu en besparingen… allemaal winst. Niks bezuinigen. Investeren in mensen, milieu en zorg. Zie wat dat oplevert.

Investeren in een duurzame economie

De overheid heeft altijd ‘defensief’ geïnvesteerd. Dat betekent dat onze gelden niet werden ingezet om ‘winst’ te maken, maar om de omgeving te onderhouden. We bouwen wegen, zetten lantaarnpalen neer, onderhouden het groen, keren uitkeringen uit. Ja, we investeren in de bouw. Worden rijk via de grondexploitaties. Maar dat is nu afgelopen. De bouw ligt stil. Krimp kondigt zich aan. Wat doe je dan? Radeloos proberen sommige partijen nog wijken erbij te bouwen, de werkelijke statistiek te grabbel gooiend, zoekend naar de hongere huizenbezitter die nauwelijks meer bestaat. Terecht dat in Brabant de woningcorporaties alarm roepen. In Lochem is het niet anders! Maar wat dan? Eigenlijk is het simpel. Er zijn wel meer investeringen die zich terug betalen. Bijvoorbeeld zonnepanelen. Stel dat we, als gemeente, investeren in zonne-energie. Een zonnepaneel betaalt zich zeker binnen 18 jaar terug en heeft een technische leeftijd van 35 jaar. Met grootschalige introductie kan het nog veel scherper en door slimme meetsystemen krijgen we ‘oorsprongscertificaten’ en kunnen we afschrijving (via energieopwekking) goed in de gaten houden. Een rendabele belegging toch? Over 18 jaar of minder hebben we gratis electriciteit! Ja, zeggen andere ondernemers… dat is een lange investeringsperiode. Nu, voor de overheid helemaal niet. We schrijven riolering over een periode van 60 jaar af en doen daar investeringen in. En die 18 jaar is op basis van huidige energieprijzen  en technologie, zonder subsidie. Dat gaat veranderen. De overheid moet investeren in energie, via kleinschalige en lokale coöperatieve verenigingen. Dat levert geld op!

Versterking maatschappelijk middenveld

Tenslotte, de overheid moet niet alles willen leveren. De samenleving staat helemaal in de ‘modus’ van ontvangen. Onvoorstelbaar hoeveel mensen eisen dat we zout strooien in een vieze winter, zelfs als het zout werkelijk op is. Onvoorstelbaar hoe weinig mensen de stoep zelf aan willen vegen, maar wel wijzen naar de overheid die haar taken verzaakt. Het versterken van het maatschappelijk initiatief, het maatschappelijk middenveld, om met elkaar veranderingen aan te pakken en via vrijwilligers en sociaal en cultureel werk de samenleving zelf het initiatief te laten nemen. De overheid kan kleiner, als het maatschappelijk middenveld groter wordt. Dat zijn wel communicerende vaten. Kerntaken weg laten vallen of de kaasschaaf hanteren kan niet zonder hierin actief de regie-rol te pakken. Dat is lastig, een uitdaging voor een overheid die gewend is te beheersen en te beheren. Die tijd is voorbij. De overheid is op z’n best regisseur, meestal partner.

Kortom, bezuinigingen zijn niet nodig. Een andere kijk op onze economie en onze overheid moet ons op weg helpen.