De formatie is nog in volle gang. Het is nog maar helemaal de vraag of het CDA een gedoogsteun van de PVV zal overleven. Maar onderwijl bekennen de politieke leiders wel kleur. En daarmee zien we helder dat voor een duurzaam en sociaal Nederland de VVD en het CDA beroerde partners zijn. Dat is niet zomaar een politiek feit, maar heeft ook grote gevolgen voor onze toekomstige investeringen in duurzame energie, zorg en sociale cohesie van onze samenleving. De overheid wordt daarmee de minst betrouwbare partner als het om een duurzame toekomst gaat. Dit wetende, moeten we onze maatregelen nemen.
De overheid heeft de laatste jaren niet uitgeblonken in een consequent en betrouwbaar beleid als het om duurzame ontwikkeling gaat. Nog steeds financieren we grootschalig gebruik van energie met verschrikkelijk lage tarieven. Nog steeds hebben we geen feed-in tarief waarmee we inkomsten van grijze energie gebruiken om duurzame energie een betere positie te geven. Nog steeds werken we met armzalige subsidieregelingen die binnen de korste keren overschreven zijn en maken we daarmee van bijvoorbeeld aanvragen voor subsidies op zonne-energie een loterij. Nog steeds heffen we belasting op duurzame energie, ook als je de windmolen of het zonnepaneel voor eigen gebruik elders neerzet en alleen de schone electriciteit wilt transporteren.
Een doorbraak op het gebied van duurzame energie en klimaatbeleid krijgen we alleen als die overheid in haar rol een andere positie krijgt. Het rapport ‘Nederland krijgt nieuwe energie’ laat wel zien wat mogelijk is als de landelijke overheid de volgende 6 maatregelen neemt:
-Invoering Feed-in tarief voor hernieuwbare energie
-Simpel en aantrekkelijk aan te sluiten op het net
-0-tarief voor investeringen in nieuwe energie
-Laagdrempelige financieringsmogelijkheden bieden
-Start van minstens 12 pilotprojecten energieneutrale wijken in 2012
-Verplichting om alle nieuwbouw energieleverend te maken
Dat zal een VVD/CDA kabinet met gedoogsteun van de PVV allemaal niet doen. Daarom is, nog sterker dan eerder, de zet aan provincies en gemeenten om, ondanks deze landelijke perikelen, de eigen verantwoordelijkheid te nemen.
In hetzelfde rapport staat op pagina 19 een heldere aanbeveling die gemeenten zich moeten aantrekken: “De energietransitie biedt (…) een uitgelezen kans, mits de overheid daarbij wel de juiste garanties biedt waarbij hernieuwbaar geproduceerde energie voorrang krijgt op het net boven niet hernieuwbare energie en de overheid minimaal de kostprijs van de hernieuwbare energie garandeert tot 20 jaar. Deze overheidsgaranties worden gedekt door heffingen op niet-hernieuwbare energie en inefficente objecten. Door deze overheidsgaranties kunnen subsidies op investeringen ook komen te vervallen, omdat er een solide model is voor het terugverdienen van de investering. Dit maakt cooperatieve financieringsmodellen mogelijk en aantrekkelijk, waarbij consumenten en bedrijven zelf mede-eigenaar kunnen worden van bijvoorbeeld windmolenparken”.
In Lochem zoeken we, in lijn met het bovenstaande, die weg op. Dan is het waarschijnlijk niet nodig de overheidsgarantie te financieren uit een heffing op niet hernieuwbare energie. We geven op het zakelijk plan mogelijk een cash-flow garantie zodat de investeerder met de laagste rente kan opereren. De cash-flow garantie is slechts de extra garantie die nodig is om het risico-deel van de geldstroom van een cooperatieve vereniging te garanderen. Die is klein, want de windmolen of de zonnepanelen produceren immers gewoon electriciteit die (met groencertificaat) verhandeld kan worden. Het zijn slechts administratieve risico’s van startende cooperatieve verenigingen die moeten worden afgedekt. Zo kan een gemeente, simpel in de risicoparagraaf van haar begroting, een enorme ontwikkeling tot stand brengen.
Dan is in ieder geval die overheidslaag betrouwbaar en gaan de investeringen in duurzame energie onverminderd (of zelfs versneld) door, ongeacht de labiele politieke verhoudingen in de 2de kamer.









